Op het moment dat je geboren wordt, ga je aan de grote
reis beginnen, een lange weg die ook wel 'leven' heet. Hoe
het leven gaat lopen weet je op dat moment nog niet, maar
het zal een ware ontdekkingsreis zijn. Het is alsof je in een
trein stapt. Je gaat op reis, maar je 'eindbestemming' is
nog onbekend. Het enige wat je bij je hebt, is je eigen
rugzak.
In die rugzak zit 'je eigen unieke ontwikkeling'. Eenmaal
ingestapt maak je in de eerste periode een ongelooflijk
snelle ontwikkeling door. Je ogen, oren, spieren en zenuwen
doen allemaal mee. Op verschillende stations stap je uit om
bijvoorbeeld te leren kruipen, lopen en praten. In het begin
blijf je op één traject heen en weer reizen; dingen die je
leert doe je steeds weer opnieuw om ze nóg beter te leren.
Je leert lezen, schrijven en rekenen,
waardoor je wereld steeds groter wordt. Je gaat zelfs
overstappen
en gaat gebruik maken van meerdere trajecten
om zo op verschillende plaatsen te komen.
Het ene traject is wat moeilijker dan het andere traject.
Daarom stap je de ene keer in een stoptrein en een andere
keer in een sneltrein .Het kan zelfs zijn dat je direct in een
intercity stapt, omdat het leren van bepaalde nieuwe
dingen als vanzelf gaat. Gaat het leren wat moeizamer, dan
neem je een retourtje om de reis later nog eens te
proberen. Maar wat doe je als je steeds maar weer de
informatie op de borden en in de reisgids niet begrijpt? De
juf of meester legt het steeds opnieuw uit; maar je blijft het
moeilijk vinden? Wat gebeurt er met je als zelfs de
stoptrein nog te snel gaat? Wat doe je als je last hebt van
medepassagiers, die je pesten, waardoor je je reisdoel uit
het oog verliest? Wat doe je als de trein tracht te
ontsporen?
Dan stap je uit op 't Tussenstation in Giessenburg om even op adem te komen. Daar
gaan we (alle) reisgegevens bij
elkaar zoeken en ordenen, om
zo met behulp van een
reisplanner alles weer op
de rails te krijgen. We nemen
een railrunnerkaartje, een
weekkaart of zelfs een
maandabonnement en
gaan samen op weg naar
het einddoel.



