Concentratie en werkhouding
't Tussenstation heeft verschillende trainingen om de concentratie te verbeteren. Zo zijn er oefeningen die thuis gemaakt kunnen worden; je kunt denken aan een Hartcoherentie-training of je kunt denken aan een Cogmed-training.
Het Cogmed-programma
Het Cogmed-programma verbetert de concentratie door het werkgeheugen te trainen.Onderzoek toont consequent aan dat de meeste mensen met aandachtstoornissen een probleem hebben met het werkgeheugen.
Wat zijn de kenmerken van een niet goed functionerend werkgeheugen?
-moeilijk kunnen concentreren. tijdens het leren.
-snel afgeleid zijn.
-moeite met onthouden wat de leerkracht heeft gezegd of uitgelegd.
-moeite met onthouden van lettervolgorde tijdens het lezen.
-moeite van getallen tijdens het uitrekenen.
-moeite met het onthouden wat je gelezen hebt tijdens begrijpend lezen.
-moeite om spellingsregels toe te passen tijdens het schrijven.
-moeite om verbanden te leggen.
-moeite met plannen van een oplossingsstrategie.
-moeite met het uitvoeren van een complexe taak in een logische volgorde.
-moeite om naar anderen te luisteren en ze niet in de rede te vallen.
Kinderen met ADD en ADHD hebben vaak problemen met het werkgeheugen. Meestal kunnen zij zich moelilijk concentreren en laten zich snel afleiden. Daardoor komt de planning, het opstarten en afronden van taken in de knel. Vooral bij rekenen en lezen ondervinden ze (concentratie)problemen.
Cogmed werkgeheugentraining is een wetenschappelijk bewezen trainingsprogramma op de computer.
Deze training kan door iedereen die zijn/haar concentratie wil verbeteren gebruikt worden.
Er zijn drie programma's gemaakt. Een kleuterversie (van 3 tot 7 jaar), een versie voor kinderen en tieners vanaf 7 jaar en een versie voor volwassenen.
Het is een software programma dat thuis kan worden gevolgd. Het maakt gebruik van verschillende oefeningen over een periode van vijf weken om het werkgeheugen te trainen in 25 tot 30 trainingssessies. De training past zich aan aan het kind op een manier dat het niveau nooit te hoog komt te liggen. Wanneer je vooruitgang boekt, past het programma zich automatisch hierop aan en wordt het niveau moeilijker.
Wil je meer weten? Klik dan hier.
Concentratie-oefeningen
Op het gebied van concentratie problemen heeft ’t Tussenstation materiaal voor kinderen van 4 tot 8, van 9 tot 11 en van 11 tot 14 jaar om zich beter te leren concentreren. Deze oefeningen worden in de praktijk besproken en worden thuis alleen of samen met ouders/ verzorgers ± 5 of 10 minuten per dag geoefend.
![]() |
![]() |
![]() |
| werkblad 1 werkblad 2 |
werkblad 1 werkblad 2 |
Kinderen met ruimtelijk-visuele problemen
’t Tussenstation maakt gebruik van ‘Een beren-aanpak’
Dit
is een training bedoeld voor kinderen met ruimtelijk-visuele problemen.
Deze kinderen wordt er gesproken over kinderen met een gebrek aan
voorstellingsvermogen; onvoldoende ruimtelijk inzicht, een
onnauwkeurige visuele waarneming en een moeizame visuele inprenting.
Deze basisproblemen komen onder meer tot uiting in een visuele
dyslexie, rekenstoornissen en NLD. Ze kunnen ook minder dramatisch het
dagelijks leven en het schoolse leren negatief belinvloeden. Kinderen
kijken immers te vluchtig, nemen niet nauwkeurig iets op, letten te
weinig op kenmerken, zien geen onderlinge samenhang, werken niet vanuit
een structuur en zijn daardoor vaak trage verwerkers. Door het kind te
leren verwoorden wat het waarneemt, door het te tonen hoe het moet
analyseren, beschrijven en vergelijken, gaat het op metaniveau
problemen oplossen.
Er zijn 6 oefenpakketten.Deel 1: Waarnemen
- Kijken naar kenmerken
- Analyseren en vergelijken van kenmerken
- Verstopwoorden
- Natekenen en naschrijven naar model
- Kopiëren met structuuropbouw
- Juist overschrijven
Aan het eind van de training is er gewerkt aan:
- Beter waarnemen
- Verwoorden van de verschillen
- Analyseren van de verschillen
Aandachts- en werkhoudingsproblemen
’t Tussenstation kan ‘oog-handcoördinatie’-oefeningen
bieden aan kinderen met aandachtsproblemen en impulsief werkgedrag.
Deze oefeningen zijn mogelijk voor kinderen vanaf 5 jaar en zijn
bedoeld om te werken aan nauwkeurigheid en concentratie.Het leren van nauwkeurig waarnemen ‘visuele waarneming’ kan ook geoefend worden. Dit oefenpakket start op de leeftijd van 5 jaar, maar sommige opdrachten zijn echter pas mogelijk vanaf 6 of 7 jaar. Geleidelijk aan worden de oefeningen complexer en zijn ze geschikt voor de bovenbouw en verder.
Bij ‘figuur-achtergrond’
leren kinderen figuren waarnemen ondanks vele door elkaar lopende
lijnen. Dit vraagt veel concentratie. Er zijn oefeningen voor kinderen
vanaf 5 jaar, maar voor de meeste oefeningen moeten kinderen al wat
ouder zijn. Kinderen met concentratiestoornissen (AD(H)D) zijn erg
gevoelig voor afleidende prikkels. Voor hen is het belangrijk dat ze
leren om stap voor stap te werken en niet onmiddellijk de gevonden
figuren in potlood te zetten. Kinderen met ruimtelijk-visuele problemen
zullen deze oefeningen moeilijk vinden. Voor deze kinderen is ‘Een beren-aanpak’ zoals hiervoor is beschreven ontwikkeld. Heel anders zijn oefeningen die te maken hebben met 'logisch denken'. Enkele oefeningen zijn voor jonge kinderen (reeksen), en vervolgens komen er oefeningen met een zekere logica, die kinderen, naar analogie, moeten volgen en aanvullen.
De trainingen kunnen los van elkaar gegeven worden, maar een combinatie van oefeningen uit de verschillende methoden kan ook. ’t Tussenstation biedt hulp op maat.
Concentreren algemeen
Zich
concentreren’ betekent niets anders, dan de aandacht op die
informatie te richten, die onthouden moet worden. Concentratie kan
vergeleken worden met een gebundelde lichtstraal, die niet de totale
omgeving verlicht maar alleen een enkel fragment. Dit fragment is
echter zo fel verlicht, dat het moeiteloos tot in alle details kan
worden waargenomen. Je kunt je volledige aandacht op de leerstof
richten en die inprenten. Het tegenovergestelde van concentratie is
verstrooidheid. Verstrooidheid kan met een zeer brede lichtstraal
worden vergeleken, die weliswaar een groot vlak verlicht maar geen
details zichtbaar maakt, die dan ook niet kunnen worden geleerd.Concentreren is een voorwaarde voor AL HET LEREN. Het is daarom niet verwonderlijk dat kinderen met leerproblemen, eigenlijk vooral moeite hebben om zich goed te kunnen concentreren.
Er zijn verschillende oorzaken van concentratieproblemen. Zo heb je ‘ongunstige externe factoren’ (niet goed uitgerust, een zuurstofarme werkplek, een werkplek waar veel afleiding en lawaai is). Je hebt fysieke of psychische factoren (ruzie met een vriend, conflicten in het gezin of ziek zijn) en je hebt te weinig training en oefening gehad om de concentratie te bevorderen.
Kijken we bij psychische factoren, dan zien we dat ‘de interesse om te leren’ en het ‘zelfbewustzijn’ van het kind van grote betekenis is. Als een kind steeds weer slechte resultaten heeft, is het niet verwonderlijk dat zijn motivatie om te leren afneemt. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken kan een concentratietraining vaak helpen (vooropgesteld, dat de leerproblemen door concentratieproblemen en niet door andere factoren zijn ontstaan).
Als een kind merkt, dat het zich steeds beter kan concentreren
en opgaven steeds beter en sneller kan oplossen, werkt dit zeer
positief op zijn interesse om te leren. Het is belangrijk om
concentratie te trainen. Dit kan vergeleken worden met lichamelijke
training. Wanneer de spieren niet worden gebruikt, verslappen ze. Dat
is hetzelfde met de ‘geestelijke spieren’: ook hun
prestatievermogen neemt af, als ze niet steeds getraind worden. Het
concentratievermogen moet net zo getraind worden als een sport of het
bespelen van een muziekinstrument. Voor dit heb je geduld en
regelmatige oefening nodig.






