Faalangstreductie training

Voor kinderen in de leeftijd van 6 t/m 12 jaar en voor jongeren van 12 t/m 16 jaar is er een faalangstreductie training.
In ’t Tussenstation wordt  gewerkt met 'Het VRIENDEN-programma’, in combinatie met oefeningen van Ard Nieuwenbroek & Jan Ruigrok.
Ook Hartfocus is een manier om van faalangst af te komen (denkend aan examenvrees of angst voor toetsen).  Zie hierover meer op de pagina Hartfocus.

Verder is er ook een ‘Sociale vaardigheidstraining’ mogelijk van Herberd Prinsen & Anne Terpstra.

Om optimaal met uw kind aan zijn/ haar probleem te kunnen werken, is een goede diagnose voor aanvang van de training nodig. Deze diagnose valt onder een ‘kort diagnostisch onderzoek’, waar gebruik gemaakt wordt van de SchoolVragenLijst en/ of de NDT-SEF-2005. Mogelijk zijn er ook al gegevens aanwezig van school, die van belang kunnen zijn voor het onderzoek. Na het verzamelen van gegevens, kan er gekeken worden welke training het beste bij uw kind past.

Tijdens de faalangstreductie-training kan het  zijn dat de oorzaak van de ‘angst’ te maken heeft met de leeropdrachten die de leerkracht geeft. Een leeropdracht kan al beginnen als de leerkracht nieuwe lesstof aankondigt. De vrees dat de leerling “het wel weer niet zal snappen” blokkeert de concentratie op de uitleg. We spreken dan van cognitieve faalangst.  ’t Tussenstation kan naast de training extra ondersteuning bieden in vakken als rekenen, lezen en  spelling.

Het VRIENDEN-programma

Het VRIENDEN-programma is gemaakt  voor kinderen en jongeren met angststoornissen en zeer geschikt als preventieprogramma.
  • Het helpt kinderen om vaardigheden te ontwikkelen om op een effectievere manier met angst om te gaan.
  • Versterkt emotionele veerkracht.
  • Bevordert zelfvertrouwen om met situaties om te gaan die moeilijk zijn of angst oproepen.

In principe is het programma gemaakt voor groepen, maar het kan ook heel goed individueel gebruikt worden.

Het VRIENDEN-programma is door Dr. Paula Barrett en haar medewerkers aan de Griffith Universiteit in Australië ontwikkeld en is gebaseerd op meer dan 10 jaar internationaal onderzoek. meer informatie:www.vriendenprogramma.nl

Het individuele VRIENDEN-programma bevat:

  • Intakegesprek met ouder(s)/ verzorger(s)
  • 5 bijeenkomsten van 2 uur en 30 minuten
  • 2 terugkombijeenkomsten
  • 2 of 3 ouderbijeenkomsten  (dit in overleg)

Verder is er een groepstraining voor kinderen die bestaat uit:

  • Intakegesprek met ouder(s) verzorger(s)
  • 5 bijeenkomsten van 2 uur en 30 minuten
  • 2 ouderbijeenkomsten
Een groepstraining voor jongeren die bestaat uit:
  • Intakegesprek met ouder(s)
  • 5 bijeenkomsten van 2 uur en 30 minuten
  • 2 ouderbijeenkomsten

Een 2-daagse groepstraining voor jongeren

  • Intakegesprek met ouder(s)
  • 2 bijeenkomsten inclusief eten

De kosten bedragen € 395,-
Aanschaf werkboek € 20,-
In dit werkboek staan verhalen afgestemd op leeftijdsniveau, opdrachten en formulieren voor thuisoefeningen.

overzicht met data van de eerstvolgende trainingen
inschrijfformulier

Oefeningen van Ard Nieuwenbroek & Jan Ruigrok

Deze zijn bestemd voor leerlingen van groep 7/8 Basisonderwijs en voor leerlingen van het Voortgezet Onderwijs.

Deze oefeningen zijn gebaseerd op het 'G'-denken (afkomstig uit de Rationeel Emotieve Therapie)
G-1 staat voor de Gebeurtenis (spreekbeurt, repetitie);
G-2 staat voor de Gedachte ("Daar haal ik nooit een voldoende voor", "Ik mòet een 8 halen");
G-3 staat voor Gevoel/Gedrag (zenuwachtig worden, buikpijn of hoofdpijn krijgen, transpireren).

boekNaast leerlingen bewust te maken van die momenten waarin faalangst zich voordoet, wordt er geoefend om het negatieve G-denken te vervangen door meer positieve gedachten. Leerlingen leren om bepaalde situaties van een andere kant te bekijken.

Het werken in een groep maakt dat leerlingen van elkaar kunnen leren en bovendien door middel van nagespeelde situaties kunnen ze oefenen met het hanteren van hun faalangst. Let wel: er wordt niet gesproken van 'overwinnen' van de faalangst.

 

Kijk ook eens op de kinderpagina's over faalangst-reductietraining voor kind en jongeren

Faalangst algemeen

Faalangst is een situationele angst en doet zich voor in situaties waarin een prestatie moet worden geleverd. Kinderen met faalangst kunnen uitstekend functioneren in het leven en hebben vaak goede sociale contacten en zitten vaak in een groep die aansluiting heeft bij zijn/haar intellectuele en emotionele niveau. Bij het werk op school wijst het erop dat ze de uitleg hebben begrepen en voldoende hebben geoefend, totdat de toets die ze moeten maken het tegendeel aantoont. Ze zijn zo bezig met hun angst dat het zal mislopen, dat het inderdaad mislukt.
Angst op zich moeten we niet uit ons leven proberen te bannen, want angst waarschuwt ons voor gevaar en maakt ons gereed om erop te reageren. Het is een overlevingsmechanisme. Angst verhindert dat wij grote risico’s nemen en angst zorgt ervoor dat we in kritieke situaties snel kunnen handelen. Maar angst kan ook negatief werken. Angst kan er toe leiden dat we taken niet aandurven en op zo’n moment wordt angst je de baas. Angsten leren overwinnen is belangrijk voor kinderen. Wie zijn angst overwint, durft meer en vergroot zijn invloed op de wereld.

Wat doet angst?

  • Angst laat je kiezen voor: aanvallen of vluchten (dit gaat intuïtief).
  • Angst maakt het lichaam klaar voor ‘krachtige’ actie.

De hormonen (adrenaline) zorgen ervoor dat spieren optimaal gaan presteren. De hartslag wordt sneller, het zuurstofverbruik gaat omhoog en de ademhaling gaat sneller. Ook neemt de lichaamstemperatuur toe en de zweetklieren beginnen alvast voor verkoeling te zorgen. Vóór de prestatie staat het lichaam ‘stijf van de spanning’.

  • Angst zorgt voor een blokkade van het normale denkvermogen.

Het bloed trekt weg uit keel, maag en darmen en uit de spieren die niet nodig zijn voor een geweldige krachtsinspanning. Bij grote angst kan de keel dichtgeknepen zijn, kan buikpijn en misselijkheid optreden, kunnen sluitspieren minder goed functioneren. Maar heel belangrijk is: ook aan de hersens wordt bloed onttrokken. Alle functies worden uitgeschakeld die niet direct te maken hebben met aanvallen of vluchten. De rest van het denkvermogen wordt totaal geblokkeerd. Je weet ineens de gewoonste dingen niet meer.

En daar zit je dan als kind bij een taak of toets: de angst maakt je lichaam klaar voor een lichamelijke inspanning. Je moet netjes op je plaats blijven zitten. Je spieren in armen en benen trillen van opgepropte maar ongebruikte energie; je hart gaat snel tekeer; er komt te veel zuurstof binnen, waardoor je zelfs kunt gaan hyperventileren; je krijgt een kleur; je hebt het warm ook als het koud is en je begint te zweten. En het ergste van alles…het lijkt wel of je alles vergeten bent.

Faalangst is een vorm van angst die veel voorkomt op school. Bij een beetje angst reageert het lichaam maar een beetje, bij sterke angst is de reactie sterk. Het betekent altijd: gespannen gericht zijn op één doel, het aanvallen of ervoor op de vlucht slaan, op welke manier dan ook. Die spanning is nodig om een taak goed uit te kunnen voeren. Een toneelspeler moet van te voren nerveus waardoor hij zich extra gaat concentreren op zijn taak. Alle denkkracht is erop gespitst om zijn taak goed uit te voeren.
Problemen komen pas als angst niet op de taak zelf gericht is, maar op de mogelijkheid te zullen falen. Dit kan gebeuren door negatieve gedachten zoals:

  • “Ik zal wel weer veel fouten maken…”
  • “Ik haal vast geen acht…”
  • “Het zal wel weer moeilijk zijn…”
  • “Het zal mij vast niet lukken…”

Door deze gedachten worden andere onderwerpen in de hersens geblokkeerd, waardoor je zelfs de gewoonste dingen niet meer weet.

Er zijn drie soorten faalangst:

1.Cognitieve faalangst

Deze heeft te maken met leeropdrachten denkend aan toetsen en spreekbeurten. Leerlingen kunnen dagenlang buikpijn hebben voor een aankomende toets. Ook zijn er kinderen die dit krijgen bij taal of rekenen. Vaak kijken ze eerst naar de moeilijkste opgaven. Ze proberen hun zenuwen onder controle te krijgen, maar overtuigen zichzelf dat het wel weer niet zal lukken. Cognitieve faalangst heeft vooral met opdrachten te maken, waar een beoordeling aan vast zit.

2.Sociale faalangst

Ieder mens heeft behoefte om zich ergens veilig te voelen, aanvaard en gerespecteerd. Iedere groep heeft zijn eigen omgangsregels. Voor sommige kinderen is het een lastige opgave om die ‘ongeschreven, ongeformuleerde’ regels te ontdekken en te volgen. Kinderen staan voor de sociale taak om binnen de groep het hoofd boven water te houden. Sommige kinderen hebben hier moeite mee. Ze zien ertegenop om met klasgenoten om te gaan en proberen zich terug te trekken (vluchten). Sociale faalangst is situatiegebonden (school, speelplaats,  kringgesprek, bang hoe anderen zullen reageren).

3. Motorische faalangst

Er zijn mensen die het ook spannend vinden om lichamelijke prestaties te moeten leveren. Hun  angst om fouten te maken en te mislukken kan zo sterk zijn, dat de vaardigheid geblokkeerd raakt.  Zo kunnen kinderen motorische faalangst hebben bij de toestellen in de gymzaal, balspelen, handvaardigheidopdrachten of wanneer het gaat om de beoordeling of de beoordelende blikken van de leerkracht, zijn klasgenoten of van zichzelf.

Een omschrijving van faalangst:
Faalangst is een vorm van angst die kan optreden bij het leveren van te beoordelen (school)prestaties op cognitief, sociaal en/ of motorisch gebied, waarbij de concentratie op een mogelijke mislukking de aanwezige kennis en vaardigheden blokkeert.

N.a.v. Ard Nieuwenbroek en Anne ter Beek

website voor kinderen inSpin websites