Gedragsstoornissen o.a. ADHD/ ADD en PDD

’t Tussenstation kan kinderen begeleiden met de diagnose ADHD/ ADD en PDD (autisme).
De beste remedie tegen gedragsproblemen is preventie. Je kruipt in de huid van iemand met AD(H)D of Autisme.
’t Tussenstation probeert zich in te beelden wat te moeilijk en te verward voor uw kind zou kunnen zijn, om zo moeilijkheden proberen te vermijden. Het is belangrijk te zoeken naar wàt onduidelijk is. Je leert een kind beter begrijpen door de factoren die het een kind moeilijk maken, buiten hem te zoeken. Alleen met die bereidheid kun je een kind helpen. Na het signaleren van het probleemgedrag zal diagnostisering plaats moeten vinden door in de problematiek gespecialiseerde diagnosten zoals een psychiater, psycholoog of orthopedagoog. Na een diagnosestelling kan ’t Tussenstation u en uw kind advies, ondersteuning en begeleiding bieden.

Cogmed training behoort tot  één van de mogelijkheden. Het werkgeheugen is het vermogen om informatie voor een korte tijd in het geheugen te houden, zich te concentreren op een taak en te onthouden wat de volgende taak is. Het verschilt van lange termijngeheugen in die zin dat het geen informatie opslaat. Het doel  van Cogmed Werkgeheugentraining is om het werkgeheugen te trainen zodat meetbare resultaten behaald worden: Verbeterde volgehouden aandacht; Verbeterde impulscontrole; Betere complexe redeneervaardigheden.
Na een  paar maanden kunnen de volgende verbeteringen worden waargenomen: Beter presteren op school en verbeterde sociale vaardigheden. Net als oefeningen bij gymnastiek zijn ontwikkeld om bepaalde spiergroepen te trainen, zo zijn de oefeningen in dit programma ontwikkeld om het werkgeheugen zo effectief als mogelijk te trainen.

Binnenkort komt hierover meer op de website te staan. Mocht u toch al vragen hebben bel dan gerust naar 0184-631270 voor meer informatie of kijk op www.cogmed.com of  op www.beterbrein.nl

Verder behoort HartCoherentie training ook tot één van de mogelijkheden voor kinderen met ADHD/ ADD of PDD ’t Tussenstation kan kinderen begeleiden in zelfsturing van emoties via computer-feedback.  Bij deze training leert een kind ook ademhalingsoefeningen en het zoeken van fijne herinneringen, die ze in contact brengen met het fysieke hart. Hierdoor wordt het hartritme coherent. Kinderen krijgen inzicht in hun stressreacties en leren daar dan effectiever mee om te gaan. Door dit inzicht gaan ze de informatie als zinvolle informatiebron zien en gebruiken voor beslissingen en keuzen.
Biofeedback op hartritme bevorderd aanzienlijk de concentratie en geheugenprocessen.

Enkele reacties van kinderen die bekend zijn: ‘Ik heb gauw ruzie en als ik ruzie maak dan ga ik uit mijn dak. Door de hart-computer gaat het beter en word ik rustiger en krijg ik mij zelf weer in de hand’. Nog een reactie: ‘Ik had moeite met concentratie en werd vaak misselijk of ziek bij toetsen. Nu haal ik zelfs negens en tienen’.

Gedragsstoornissen algemeen

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) of (aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit)
ADHD is een stoornis dat belangrijke consequenties heeft voor het functioneren in het dagelijks leven. In de eerste plaats leidt de problematiek vaak tot slechte leerprestaties. Ook het gedrag kan op school een probleem vormen en roept dan irritatie, maar ook onbegrip op bij leerkrachten en klasgenootjes.
In de tweede plaats vertonen kinderen met ADHD meestal relationele problemen. Niet alleen met volwassenen (ouders, leerkrachten) is de relatie veelal slecht maar ook met leeftijdsgenootjes. Door hun ongeremde gedrag komen ze vaak in conflict met anderen, wat kan leiden tot afwijzing. Het psychologische neveneffect vormt in dergelijke gevallen het ontstaan van sociaal emotionele problemen.

ADHD is een prikkelverwerkingsstoornis.
Iemand zonder ADHD is in staat alleen die prikkels te filteren die nuttig zijn voor die persoon.  Bij een ADHD-er  werkt dit filter minder goed, waardoor er veel meer prikkels dan nodig binnenkomen.  Hierdoor is een ADHD-er sneller afgeleid en ziet al snel door de bomen het bos niet meer, aangezien alles even belangrijk lijkt.  Om alle informatie toch zoveel mogelijk in goede banen te leiden (wat een hoop energie kost), maakt dat de accu van iemand met ADHD sneller op is. Een ADHD-er gaat echter gewoon door en gaat op deze manier over zijn grenzen met alle gevolgen van dien.  Zijn/ haar wereld wordt onoverzichtelijk, onveilig en bedreigend.

De 6 kenmerken van ADHD

  • Aandachtsstoornissen
    1. Het kind slaagt vaak niet in het afmaken wat het begint (taak, spel, etc.)
    2. Het lijkt vaak niet te luisteren; het lijkt dan dat het zit te dromen
    3. Het is gemakkelijk afgeleid
    4. Het heeft moeite om zich op het schoolwerk te concentreren of op andere taken die het vasthouden van de aandacht vragen
    5. Het heeft vaak moeite om een spelactiviteit vol te houden
  • Impulsiviteit
    1. Het kind doet veel dingen, zonder er van te voren bij na te denken
    2. Het wisselt veelvuldig van de ene naar de andere activiteit
    3. Het heeft moeite om ordening te brengen in zijn werk. Daardoor heeft het vaak moeite met het verwerken van informatie
    4. Het heeft steeds toezicht en controle nodig
    5. Het kind is vaak luidruchtig in de klas
    6. Het heeft vaak moeite om op zijn/ haar beurt te wachten in spel- of groepssituaties
  • Hyperactiviteit
    1. Het is overbeweeglijk en klimt voortdurend overal op
    2. Het heeft moeite om stil te zitten en frunnikt veel
    3. Het beweegt veel gedurende het slapen
    4. Het kind is altijd gedreven bezig (alsof het door een motor aangedreven wordt)
  • De stoornis begint voor het zevende jaar
  • De stoornis duurt tenminste 6 maanden
  • De stoornis wordt niet veroorzaakt door andere psychische stoornissen

ADD (Attention Deficit Disorder)
Een kind met ADD heeft aandachts- en concentratieproblemen, zonder dat er  sprake is van hyperactiviteit en impulsiviteit.

Kenmerken van ADD

Kenmerken volgens DSM IV
(minstens 6 van de 9 kenmerken)

  • Stil en angstig gedrag
  • Dromerigheid
  • Passiviteit
  • Teruggetrokkenheid
  • Gebrek aan zelfcontrole
  • Traag leertempo
  • Te weinig zelfcontrole

 

  • maakt slordigheidfouten 
  • kan de aandacht niet vasthouden 
  • lijkt niet te luisteren 
  • volgt aanwijzingen niet op 
  • moeite met organiseren 
  • vermijdt langdurige taken 
  • raakt dingen kwijt 
  • wordt gemakkelijk afgeleid 
  • vergeetachtig

Deze kenmerken moeten méér dan gemiddeld voorkomen, al langere tijd bestaan en niet veroorzaakt worden door andere (psychiatrische) stoornissen.

PDD (Pervasieve Developmental Disorders) of POS (Pervasieve OntwikkelingsStoornis)
De kern van de problematiek van kinderen met pervasieve ontwikkelingsstoornissen is waarschijnlijk een informatieverwerkingsstoornis. Een gewoon kind komt tot bepaalde gedragingen op grond van zowel zijn eigen impulsen als van reacties in zijn omgeving. Hij neemt indrukken op, maakt gebruik van allerlei waarnemingen en ervaringen, leert wat wel en niet mag, stemt zijn gedrag steeds meer af op de situatie en de omgeving.
Kinderen met pervasieve ontwikkelingsstoornissen zouden onvoldoende informatie uit de omgeving opnemen, verwerken en gebruiken om hun gedrag te sturen. Ze blijven teveel vanuit eigen impulsen reageren. Omdat ze prikkels uit de omgeving trager opnemen en begrijpen, zijn vooral jonge kinderen snel angstig bij veranderingen of in nieuwe situaties. Ze hechten heel erg aan hetzelfde, herkenbare, overzichtelijke situaties. Anderzijds kunnen ze ook te open, te vrij zijn in nieuwe situaties waarin ze vreemde mensen ontmoeten. Ze hebben onvoldoende gevoel voor de verschillen tussen situaties en voelen niet aan hoe ze zich in die situaties zouden moeten gedragen. Het leren op school kan vaak toch heel redelijk gaan. Vooral waar het gaat om technische vaardigheden en feitenkennis, maar de toepassing in verschillende situaties lukt toch vaak niet.

Signalen
Als een kind zeven of meer van de volgende kenmerken en symptomen vertoont en als het zich voortdurend ongewoon gedraagt volgens zijn leeftijd, is verder onderzoek nodig.

signalenkaart autisme klik op de kaart voor een vergroting

Als een kind zeven of meer van de volgende kenmerken en symptomen vertoont en als het zich voortdurend ongewoon gedraagt volgens zijn leeftijd, is verder onderzoek nodig.

Een stoornis op dit domein kennen we als de Autisme Spectrum Stoornis (ASS).

Autisme

  • Er zijn beperkingen in sociale interacties.
  • De non-verbale communicatie is verstoord (oog-contact, mimiek).
  • Kinderen hebben geen normale relatie met leeftijdsgenootjes.
  • Er zijn nauwelijks/ geen sociale of emotionele reacties op handelingen of gevoelens van anderen.
  • De gesproken taal ontwikkelt zich langzaam of niet.
  • Het kan ook zijn dat er wel sprake is van gesproken taal, maar dat er geen/ weinig initiatief is om een gesprek met een ander te beginnen, of vast te houden.
  • Het woordgebruik is eigenaardig te noemen en het taalgebruik kenmerkt zich door herhalingen.
  • Rollenspelen zijn moeilijk voor kinderen met autisme.
  • Vaak is er ook een typisch(e), vaak abnormale belangstelling of gedrag voor iets.
  • Er kan ook sprake zijn van het vasthouden aan bepaalde handelingen of bewegingen.

PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder - Not Otherwise Specified)

Hieronder valt ook het zogenaamde "Atypische autisme."
Bij kinderen met een aan autisme verwante contactstoornis (PDD-NOS) met name de verstandelijk beter begaafden kunnen de leerproblemen milder van aard zijn, maar er zijn vaak wel ernstige tekorten in de ontwikkeling van de sociale interactie, de verbale of non-verbale communicatie en/of het kind toont rigide gedrag, activiteiten en interesses. Ook voor hen is het belangrijk om ‘sleutel’vaardigheden, die leiden tot een zo groot mogelijke zelfredzaamheid in sociaal opzicht aan te leren.

Asperger

Asperger wordt vaak gezien als een "mildere vorm" van autisme.

  • Er is geen/ nauwelijks achterstand in taalontwikkeling of in cognitieve ontwikkeling t.o.v. leeftijdgenoten.
  • De sociale interactie is kwalitatief beter, omdat de basisvaardigheden van sociaal gedrag zich beter ontwikkelen.
  •  Er is sprake van een normale, of zelfs hoge, intelligentie.
  • Er is echter weinig non-verbaal gedrag zoals oogcontact, gelaatsuitdrukking, lichaamshoudingen en gebaren om de sociale interactie te bepalen.
  • Vaak slagen ze er niet in om  met leeftijdgenoten tot bij het ontwikkelingsniveau passende relaties te komen.
  • Er is een tekort aan het spontaan proberen met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen.
  • Met betrekking tot gevoelens e.d. is er geen of weinig sociale of emotionele wederkerigheid.
  • Beperkte, zich herhalende stereotiepe patronen (routines of rituelen) van gedrag, belangstelling en activiteiten.
website voor kinderen inSpin websites