Lezen
’t Tussenstation gebruikt het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (ook voor groep 5-8) of het Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs(uitgegeven door Expertisecentrum Nederland). Met een stappenplan kan uw kind met leesproblemen op een systematische wijze gevolgd en begeleid worden. Bij de meeste kinderen met leesproblemen zal dit leiden tot verbetering van de leesvaardigheid. Er zijn echter ook kinderen waarbij het leesproces altijd moeizaam zal blijven verlopen, omdat er sprake is van dyslexie.
Leerachterstand die bij lezen, spelling en taal ontstaan, zijn geheel of grotendeels weg te werken door middel van Remedial Teaching bij ’t Tussenstation.
Achterstanden kunnen onder andere betrekking hebben op:
- Het technisch lezen
- Het begrijpend lezen
- De spelling
- Het samenvatten
- De mondelinge taalvaardigheid
- De woordenschat
- De grammatica/ het ontleden
Mocht u of de school twijfelen of uw kind dyslexie heeft, dan heeft ’t Tussenstation een screeningsinstrument ( DST nl) in huis. Deze test dient niet om tot een uitkomst te komen en zal dus ook nooit leiden tot een dyslexieverklaring, maar geeft een eerste aanduiding hoe groot het risico is dat uw kind dyslectisch is. Bevindt uw kind zich in de ‘grijze zone’ dan zal een vervolg op dit testonderzoek door een psycholoog of orthopedagoog noodzakelijk zijn.
Moeite met lezen algemeen
In Nederland heeft ongeveer 10 procent van de leerlingen op de basisschool moeite met leren lezen. Het vroegtijdig onderkennen en aanpakken van leesproblemen is belangrijk, want niet goed kunnen lezen heeft verstrekkende gevolgen voor de gehele schoolloopbaan en het functioneren in de maatschappij. Voor een belangrijk deel kunnen leesproblemen dankzij vroegtijdig ingrijpen verholpen worden. In sommige gevallen zijn de leesproblemen dermate complex en hardnekkig dat hulp van buitenaf noodzakelijk is om tot een nadere diagnose te komen. Ook in dat geval is een tijdige signalering dringend gewenst.
Aanbieden van letters
Sommige kinderen hebben vanaf het begin van groep 3 moeite om bepaalde klank-letterkoppelingen te onthouden. ’t Tussenstation gebruikt de VAKT-benadering (V= visueel, A= auditief, K= kinesthetisch (bewegingsgevoel, spieren), T= tactiel). Er wordt geprobeerd een grafeem zo breed mogelijk aan te bieden en te oefenen met inschakeling van zoveel mogelijk zintuigen.
’t Tussenstation werkt aan:
- Passieve herkenning (een klank horen en aanwijzen)
- Actieve letterkennis (een letter zien en de corresponderende klank uitspreken)
- Klankdictee (klank horen en de letter schrijven of stempelen)
Decoderen van klankzuivere woorden
Het ontsleutelen (decoderen) van woorden moet bij zwakke lezers hardop gebeuren, zodat hij ook een auditieve (gehoor) terugkoppeling krijgt van wat hij leest. Dit is nodig voor het inslijpen van de klank-letterkoppeling en het kunnen signaleren van leesfouten. Het computerprogramma Leesladder (cd-rom 1) is hiervoor bruikbaar. Op het gebied van technisch lezen is het programma ‘De Zuid-Vallei’ ontwikkeld.
Materiaal waar ’t Tussenstation gebruik van maakt
Klankgebaren zoals in ‘Lezen moet je doen’ - De methodiek ‘Zo leer je lezen en spellen’
- Letterwijs en Letterbingo (spelletjes bij Leeslijn/Leesweg)
- Leesladder
- De Zuid-Vallei
- Overwin dyslexie
- Zelfgemaakt materiaal
- Etc…



